Om te beginnen, wilde ik een afspraak maken met iemand van
NeVeP die me meer zou kunnen vertellen over dat keurmerk. De voorzitter bleek
bereid om me bij haar thuis in Heusden te ontvangen. Veel was er van tevoren
niet te vinden over het zogeheten ‘NeVeP-label’, dus ik moest me laten
verrassen
Puck Bulthuis was de naam van de voorzitter. Ik kan met heel
erg veel mensen goed overweg, maar zij was precies dat soort vrouw waar ik
pukkels van krijg. Ze was erg principieel ingesteld en ze leek net te doen
alsof spiritualiteit ontzettend belangrijk voor haar was. Toen ik aankwam om
háár te interviewen wilde ze eerst van me weten waarom ik journalistiek was
gaan studeren, of ik broertjes en zusjes had, uit wat voor soort gezin ik kwam,
enzovoorts.
Waarschijnlijk was het aardig bedoeld en vroeg ze die dingen
puur uit interesse, maar ik voelde me er absoluut niet bij op mijn gemak. Toch
moest dat niet in de weg staan bij dat interview, dus ik speelde het mee.
Expres stelde ik me kwetsbaar op en speelde ik het super geïnteresseerde, maar
domme blondje. Dat zou wel werken bij deze vrouw, dacht ik. En inderdaad: Puck
Bulthuis was bereid om me alles uit te leggen over de zorgmarkt en het werd een
aangenaam gesprek. Wel leek ze me te zien als een meisje waar ze haar
reclamepraatje over NeVeP aan kwijt kon, maar dat had ik gelukkig in de gaten.
Maar toen het label zelf ter sprake kwam, sloeg het prettige
gesprek meteen om in een vervelend interview. Het keurmerk dat NeVeP wilde
maken, zou gebaseerd worden op drie vragen die gesteld werden aan de bewoners,
medewerkers en toezichthouders van elk huis dat lid is van NeVeP. Drie vragen.
In het geval van de bewoners:
2) In welke mate raadt u het huis waar u woont aan? (Cijfer van 1 t/m 10)
3) Waarom raadt u het huis in meer of mindere mate aan?
Dat leek me erg minimaal, dus ik vroeg haar hoe ze een
keurmerk kon baseren op zo weinig informatie. Toen werd Puck Bulthuis
ongeduldig en kwam ze met erg vreemde argumenten. Ze zei: ‘als jij van mij
hoort dat ik ergens woon waar ik het goed heb, dan weet jij toch dat het een fijne
plek is om te wonen?’
Toen ik hersteld was van mijn ongeloof nadat ze dat gezegd
had, legde ik haar een situatie voor:
‘Stel ik overweeg om te gaan wonen in Heusden en ik vraag
aan u of u het aan zou raden en waarom wel of niet. Wat zou u dan zeggen?’
‘Ik zou het aanraden, want ik woon hier fijn. Het enige
jammere vind ik dat er een erg gesloten gemeenschap in dit dorp woont, maar
daar kan ik wel mee leven.’
‘Het enige wat ik nu dus over Heusden weet, is dat Puck
Bulthuis daar fijn woont, maar dat de gemeenschap gesloten is. Ik zou daarop
niet mijn keuze voor een woonplaats kunnen baseren.’
En zo bleef de discussie nog lang doorgaan, wijzer werd ik
er in elk geval niet van. Ik wist alleen: hier moet ik een verhaal over
schrijven.

0 reacties:
Een reactie posten