Een vreselijk taaldilemma

Even stond er één taaldilemma centraal in mijn afstudeertraject. In een artikel had ik twee zinnen die eigenlijk hetzelfde moeten op een andere manier geschreven: Ons wordt protocollen opgelegd en Aan hen worden drie vragen gesteld. Iemand die mijn artikel las, zag het. Vanaf dat moment begon voor mij een zoektocht naar de juiste grammatica. En tijdens die zoektocht ontstond naast de vraag 'is het wordt of worden', ook nog de vraag 'is het hun of hen'.

Op internet was het niet te vinden. De voorbeeldzinnen die daar gebruikt werden voor wat je moet doen met hun en hen hadden allemaal een duidelijk onderwerp. 'Ik vraag hun wat ze willen eten' of 'Wij gaan met hen naar de dierentuin.' Daar had ik dus niks aan en zinnen die begonnen met 'hen' of met 'hun' kon ik op taalfora en taalsites niet gevonden krijgen.

Daarom stelde ik mijn vraag op twitter en facebook. Misschien dat iemand het weet. Een enorme discussie was het resultaat en iedereen zij iets anders.


Hannah Schouten feeling confused
2 hrs ·
Ik heb de taalkenners onder jullie even nodig. Wat zouden jullie doen:
Aan hen worden drie vragen gesteld
Aan hen wordt drie vragen gesteld
Hen wordt drie vragen gesteld
Hun wordt drie vragen gesteld
Op internet staat nergens wat ik moet doen in dit geval.





Wat vooral de discussie werd is: 'wat is het onderwerp?' Ook al heb ik dat op de middelbare school allemaal al geleerd, ik moest toch weer even opzoeken hoe je ook alweer het onderwerp kunt herkennen. 

Het onderwerp van de zin is degene die of datgene wat in de zin iets doet of is. Wat moeilijker gezegd: het onderwerp is degene die of datgene wat de werking van het gezegde verricht of van wie of wat die werking uitgaat. In de volgende zinnen is het onderwerp steeds gecursiveerd.
  1. Sam speelt verstoppertje. (Sam doet iets)
  2. Op donderdag is het restaurant bij mij op de hoek gesloten. (het restaurant bij mij op de hoek is iets)
  3. Mijn moeder, die zelf uit Amsterdam komt, woont al dertig jaar in Rotterdam. (mijn moeder, die zelf uit Amsterdam komt, doet iets)
  4. Het regent nu al dagen. (het doet iets)
  5. Het probleem zijn de hoge kosten. (de hoge kosten zijn iets)
  6. Mijn zusje gaat nooit naar discotheek. (mijn zusje doet iets)

Het onderwerp doet of is dus iets. Drie vragen worden gesteld, dus de drie vragen doen zelf niks. Ze stellen zichzelf niet. Drie vragen is daarom het lijdend voorwerp, dacht ik. Wat wordt er gesteld? Drie vragen. Het werkwoord worden hoort dus niet bij drie vragen, maar bij een onbepaalde persoon die de vragen stelt. Maar dan is het nog steeds niet duidelijk of het wordt of worden moet zijn. Via Amber Bindels kwam ik op dit advies terecht:

Verzoeken: reizigers worden / wordt verzocht

Wat is juist: de reizigers worden verzocht of de reizigers wordt verzocht?
Het is allebei juist.
De reizigers worden verzocht over te stappen (met het meervoud worden) heeft de oudste rechten. Van Dale gaf nog in zijn tiende druk (1976) aan dat alleen het meervoud in dit soort zinnen juist was. In de elfde druk (1984) staat juist expliciet dat het enkelvoud juist is. De reizigers wordt verzocht over te stappen wordt de laatste tientallen jaren inderdaad door de meeste taalgebruikers gezien als de beste vorm.
Aan de reizigers wordt verzocht/opgedragen
De voorstanders van 'De reizigers wordt verzocht over te stappen' ontleden de constructie als volgt: 'aan de reizigers wordt iets verzocht, namelijk: over te stappen'. Over te stappen is het onderwerp dat de persoonsvorm wordt bepaalt, en de reizigers is het meewerkend voorwerp: 'Over te stappen wordt aan de reizigers verzocht.' Verzoeken wordt dan net zo gebruikt als opdragen: 'Over te stappen wordt aan de reizigers opgedragen.' Volgens deze redenering zou een zin als 'Men wordt verzocht hier over te stappen' eigenlijk 'fout' zijn, want je kunt niet iets 'aan men' verzoeken/opdragen.
De reizigers worden verzocht/uitgenodigd
Voorstanders van 'De reizigers worden verzocht over te stappen' zien reizigers als onderwerp. Dat is niets nieuws verzoeken werd namelijk oorspronkelijk net zo gebruikt als 'uitnodigen'. Net zoals 'De reizigers worden uitgenodigd over te stappen' is 'De reizigers worden verzocht over te stappen' juist. De voorstanders van de reizigers worden verzocht wijzen er dan ook op dat een zin als 'Men wordt verzocht hier over te stappen' niet voor niets goed lijkt; hij ís namelijk goed: men is 'gewoon' onderwerp.
U kunt zelf kiezen of u verzoeken het liefst op dezelfde manier gebruikt als uitnodigen (dan ligt de reizigers worden verzocht voor de hand), of dat u verzoeken liever net zo gebruikt alsopdragen (dan ligt de reizigers wordt verzocht voor de hand). Het is allebei goed. Nogmaals: inmiddels wordt dat laatste door een meerderheid als de beste vorm beschouwd.

Hier gaat het weer over wat het onderwerp is. Dus ik bleef verward achter. Uiteindelijk heb ik maar de zin gebruikt die werd aangedragen door Max: hun wordt een drietal vragen gesteld. Of het drietal vragen nou onderwerp is of niet, het zal in dit geval altijd enkelvoud zijn: wordt. Nu nog even checken of het hun of hen is en dan kan ik dit dilemma achter me laten.
Gebruik het persoonlijk voornaamwoord hen in de volgende gevallen:
  1. Na een voorzetsel. Bijvoorbeeld: 'Ik geef het boek aan hen'; 'Ik deed het voor hen'; 'Zijn houding jegens hen'; 'Hoe gaat het met hen?'; 'Hij blijft altijd bij hen'; 'De mensen stonden om hen heen'; 'Dankzij hen ben ik op tijd'; 'Wat moet er volgens hen gebeuren?'; 'Ik krijg het van hen.'
  2. Als lijdend voorwerp. Bijvoorbeeld: 'Ik bekijk hen'; 'Hij ontslaat hen'; 'Zij mijdt hen.' Een goed controlemiddel: als je de zin lijdend maakt (met worden), verandert hen in het onderwerp zij ('Ik bel hen/hun op' - 'Zij worden opgebeld' - dus 'Ik bel hen op').
Gebruik het persoonlijk voornaamwoord hun als het een meewerkend voorwerp is (ook wel een indirect object genoemd). Je kunt er dan vaak een voorzetsel bij denken (aan,voor, bijvolgens) of een voorzetselgroep (met betrekking totten aanzien van e.d.).  Voorbeelden:
  • Ik geef hun het boek. (hun = 'aan hen')
  • Hij schonk hun een kopje koffie in. (hun = 'voor hen')
  • Hij rookt hun te veel. (hun = 'volgens hen, wat hen betreft')
  • China is hun te ver. (hun = 'voor hen')
  • De tranen stonden/sprongen hun in de ogen. (hun = 'bij hen'
Oke, duidelijk: het is hun! Hun wordt een drietal vragen gesteld. 

Maar een drietal schrijf ik nooit en de Volkskrant, waar ik het voor schrijf, gebruikt dat soort worden ook niet vaak. Drietal wilde ik dus toch vermijden. Door wie de vragen worden gesteld (NeVeP) kon er ook niet in, want dat stond al een paar keer in die alinea. Uiteindelijk heb ik er maar voor gekozen om er een citaat van te maken. "Wij stellen hun drie vragen", zegt de ontwikkelaar van het label.

Hè hè, opgelost! Al heb ik helaas nog steeds geen antwoord op mijn oorspronkelijk vraag.

0 reacties:

Een reactie posten

 

Portfolio

Reflectieproductie

Extra bewijs